Lesopbouw
De
Hung Ga-training bestaat uit diverse, met elkaar samenhangende onderdelen. Zo
worden vuistsets (vaste patronen van kungfu-bewegingen) geoefend en worden
die technieken weer samen met een partner als toepassing (voor
zelfverdediging) getraind.
Vanwege
de rijke omvang van het kungfu worden niet alle onderdelen elke les beoefend
(zie ook het lesrooster).
Een
les begint in principe met een warming-up. Daarna worden er vaak basisoefeningen
of hardeningsoefeningen gedaan en vervolgens komen toepassingen en/of sets aan
de beurt. Maar we doen ook wel eens bijna een hele les toepassingen,
sparoefeningen, oefeningen op stootkussens, vormen of conditionering.
De trainingsonderdelen die in de Hung Ga-lessen voorbij
komen, kunnen globaal worden opgedeeld in:
- Warming-up
Als warming-up worden oefeningen als rennen, zijwaarts rennen, springen
op de plek en het draaien van armen, heup en knieën gedaan. Hierdoor
worden de spieren opgewarmd en wordt het lichaam voorbereid op de
komende inspanningen. De warming-up dient dus vooral als blessurepreventie.
- Stretching
Ofschoon je voor het Hung Ga-kungfu niet lenig hoeft te zijn, doen we toch
enige stretching om de lichaamscontrole te bevorderen en de benen en
armen soepel te houden.
- Lin Gung (kracht- en
conditietraining)
Naast de meestal wel bekende buikspieroefeningen en push-ups vallen
hieronder onder andere ook standentrainingen, uithoudingsoefeningen,
kracht gerelateerde beenoefeningen, alsmede plyometrische oefeningen.
Lin Gung wordt in wat lichtere vorm (minder herhalingen, minder
verschillende oefeningen) wel na de warming-up gedaan. In zwaardere,
intensievere vorm wordt Lin Gung regelmatig aan het einde van de les of
soms in de uitloop gedaan: hierdoor wordt voorkomen dat mensen te moe
zijn om nog kungfu-technieken te leren of deze vanwege de vermoeidheid
slordig gaan uitvoeren.
- Basisoefeningen/-technieken
Hieronder vallen bijvoorbeeld het aanleren van standen, stoten en
basisafweringen.
- Hardening en conditionering
Hiertoe behoren oefeningen die het doorzettingsvermogen aanspreken en de
onderarmen harden. Hierbij wordt de intensiteit langzaam opgebouwd,
zodat je armen stukje bij beetje harder worden. De reden dat
traditionele kungfu-stijlen de armen harden, is de volgende: Als iemand
je echt aanvalt, is dat nooit met een mooi rechte stoot, maar met veel
agressie en kracht. Als je dan blokt (om vervolgens meteen terug te
slaan of te trappen), krijg je een zware impact op je arm te verwerken.
Door hardening leer je hiermee omgaan. Zonder hardening zou je namelijk
in een echt gevecht eerder ‘verlammend’ schrikken van zo’n impact en zou
de aanvaller zijn aanval doorzetten met volgtechnieken. Door hardening
van de armen zal je zelf minder snel schrikken bij impact en dus beter
kunnen blokken en direct kunnen counteren. Ook zal je harder kunnen
blokken, waardoor de aanvaller de impactschok op zijn arm of been krijgt
te verwerken en zijn aanvalspirit (even) wordt onderbroken.
Hardening is dus eigenlijk een essentieel deel van vecht-kungfu en
zelfverdediging.
Opmerking: Aanvullend
en ondersteunend bij de hardening (en ook toepassingen) wordt het
inmasseren van Chinese ‘kruidenolie’ (Dit Da Jow) toegepast om, mocht
het toch een keertje te hard gaan, blauwe plekken te voorkomen, dan wel
sneller te laten genezen. Daarnaast kan de kruidenolie voor en na het
hardenen worden ingemasseerd om de progressie (herstel na training en
fase van ontwikkeling daarna) te bespoedigen.
- Sets
De sets, ook wel vormen genoemd, zijn lange series met technieken. Zij
vormen als het ware een handboek met de technieken van de stijl. De sets
leren ons bovendien combinaties, vechtprincipes en strategieën aan. Op
zich is de set niet het doel zelf; de technieken moeten een voor een,
met kracht worden beoefend. De sets trainen dan ook meteen het hele
lichaam en ontwikkelen de lichaamscoördinatie. (Zie ‘Curriculum’ voor
verdere uitleg over de sets die wij doen.)

- Toepassingen
De technieken die in de sets worden doorgegeven worden natuurlijk ook
met partner geoefend. Zo worden de technieken uit de sets nog beter
begrepen. Bovendien wordt er steeds met andere personen getraind,
waardoor je de technieken in verschillende situaties leert te gebruiken
en vertrouwen in je eigen kunnen krijgt. Je leert jezelf dus goed te
verdedigen.

- Partnersets
Dit zijn langere vaste series bewegingen tussen twee personen. Deze sets
trainen het reactievermogen (het reageren op je tegenstander). Belangrijk
hierbij is wel dat de bloktechnieken pas echt worden gemaakt als de
tegenstander aanvalt en niet al voordat de tegenstander inkomt. Naast
het reageren op een aanvaller, zorgen de partnersets ervoor dat de
onderarmen aan contact wennen en dat je combinaties leert. (Zie
‘Curriculum’ voor verdere uitleg over de partnersets die wij doen.)

- Wapens
Ook worden sets, toepassingen en partnersets met klassieke Chinese
wapens gedaan. In vroegere tijden werden deze wapens ook bij zich
gedragen. Met de huidige wapenverboden (en de ontwikkeling van
vuurwapens) is de functie van de wapensets meer verschoven naar het
leren omgaan met gebruiksobjecten voor als dat nodig mocht zijn. Voor
zelfverdediging kunnen zwaardtechnieken heel gemakkelijk met een paraplu
of korte stok worden uitgevoerd, mestechnieken met een pen en andere
technieken bijvoorbeeld weer met een bezem. (Zie ‘Curriculum’ voor
verdere uitleg over de wapensets die wij doen.)
- Sparren
We maken gebruik van drie soorten sparren. Allereerst slow-motion
sparren: Hierbij kunnen alle technieken langzaam en zonder veel kracht
eens worden uitgeprobeerd. Als tweede sparren met handschoenen en
scheenbeschermers waarbij alleen om het bovenlichaam (zonder nek en
hoofd) mag worden geraakt. Als laatste full-contact met volledige
bescherming (lichaamsbeschermer, hoofdbeschermer enzovoorts), waarbij
eigenlijk alles mag. Deze laatste twee vormen van sparring zijn echter
niet verplicht; zodra we tot deze delen overgaan, is er ook altijd een
veldje voor slow-motion sparren en/of het zelfstandig oefenen van sets
beschikbaar.
Opmerking: We sparren echter niet bijster veel, omdat we
er ook van bewust dat bij het sparren slechts een klein arsenaal van de
Hung Ga-technieken kan worden gebruikt. Veel van de technieken zijn
namelijk gericht op het uitschakelen van de tegenstander door ‘zwakke’
plekken aan te vallen, zoals het kruis en de ogen. Bij het sparren is
dit natuurlijk niet mogelijk. Te veel sparren zou er toe leiden dat al
deze technieken vergeten worden, waardoor een soort Chinees kickboksen
zou overblijven. En dat is ook weer niet de bedoeling. Toch sparren we
(af en toe), zodat je een aantal technieken eens goed kan uitproberen,
het gevoel van een gevecht kan ervaren en omdat het gewoon ook leuk is
om af en toe eens te doen.
- Chi Kung (qigong)/Hei Gung
Chi betekent ‘energie’ en slaat daarbij op de interne ‘energiehuishouding’
van het lichaam. Chi-oefeningen zijn oefeningen waarbij gericht op de
ademhaling wordt gelet en je bij het uitademen alle spanning/stress van
je laat afglijden. Daarbij worden bewegingen gemaakt waarbij de
armspieren worden aangespannen en dan weer ontspannen, waardoor de
spiertonus wordt ‘gereset’ en de spieren beter ontspannen. In het Hung
Ga zit de Chi Kung/Hei Gung door de hoofdsets heen ingebouwd, met elke
set iets meer Hei Gung.
Opmerking: Chi Kung is zeker gezond
(vooral op de lange termijn), maar Chi Kung-oefeningen verrichten geen
wonderen zoals wel eens wordt beweerd.
|